Breng voldoende gezouten water aan de kook.
Kuis de spruitjes, halveer ze en kook ze gedurende tien minuten in het water.
Schil ondertussen de aardappelen en snij deze in kleine blokjes.
Haal de spruitjes uit het water en hergebruik dit water om je aardappelen in te koken.
Kook de aardappelen gedurende een vijftiental minuten tot ze mooi zacht zijn.
Giet de aardappelen af en voeg de boter en de melk toe.
Prak alles mooi door elkaar tot je een mooi smeuïge puree krijgt.
Bak in de koekenpan het spek langs alle kanten mooi goudbruin aan.
Meng de spruitjes onder de puree samen met de gebakken spekjes.
Breng water aan de kook in de kleine kookpan.
Pocheer beide eieren door het kokend water in een kolk te laten bewegen en de eieren één voor één in het midden te gieten terwijl het kookt.
Serveer de puree met de gepocheerde eieren.