Los de gist op in het water en zet aan de kant.
Meng de melk, suiker, 90 gram gesmolten boter, zout en het ei met ongeveer de helft van de bloem in de kneder gedurende een drietal minuten.
Voeg het gistmengsel en de resterende bloem toe.
Kneed het deeg gedurende een tiental minuten in de kneder.
Vet een kom in met wat olie, vorm het deeg tot een bal en leg deze in de kom.
Dek af met plastiek of een licht natte handdoek en laat 60 minuten rijzen tot het volume verdubbeld is.
Meng de 200 gram gesmolten boter met de 150 gram kristalsuiker, 50 gram donkere kandijsuiker en 5 gram kaneel tot een pasta. Zet apart tot de volgende stappen.
Na de rusttijd van 60 minuten, rol het deeg uit tot een rechthoek van 20 x 60 centimeter.
Bestrijk het deegstuk met de kaneelpasta. Hou bovenaan een boord van 2 centimeter vrij.
Rol het deeg van de lange kant naar boven op en snij de rol in 15 gelijke stukken.
Beboter de bakblikken die je wilt gebruiken in en verdeel hierin de kaneelbroodjes.
Schik ze zo dat er rondom de broodjes nog plaats over is om te rijzen.
Dek de broodjes af en laat ze verder rijzen gedurende 45-60 minuten.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Meng voor het glazuur bloemsuiker met het water. Meng alles goed onder elkaar en voeg als laatste de gesmolten boter toe.
Bak de broodjes gedurende 30 minuten in de oven. Laat ze na het bakken afkoelen in de vorm zelf.
Breng het glazuur aan met een spuitzak of lepel het over de broodjes.